Als Bram Verbruggen lezingen gaat geven over het veranderende klimaat, dan komt hij wel eens in aanraking met klimaatontkenners.
“Al hebben we de laatste jaren al zoveel extreem weer gehad dat zelfs de grootste sceptici inmiddels wel inzien dat er iets aan de hand is. Die oudere generaties hebben het natuurlijk ook zíén veranderen: in hun jonge jaren waren de winters strenger, en de zomers minder tropisch”, zegt hij in Humo.
Bram wil zich niet voordoen als de grote klimaatspecialist of iemand die een boodschap wil verkondigen. Hij wil gewoon enkele misverstanden uit de wereld helpen.
“Er is nog altijd veel onbegrip, veel verwarring ook. ‘Aan hoeveel graden wereldwijde opwarming denken jullie dat we zitten ten opzichte van het jaar 1850?’: met die vraag begin ik mijn lezing altijd. ‘Twintig graden,’ krijg je weleens te horen. Dan is de verbazing groot wanneer je zegt dat er in werkelijkheid maar 1,6 graad verschil is: ‘1,6, wat is dat nu?’ En dus leg ik uit dat maximaal anderhalve graad de ambitie was van het klimaatakkoord van Parijs, tien jaar geleden, en dat we die ambitie dus nu al niet meer kunnen inlossen. Zo zet je je publiek wel aan het denken.”
