Zelfs nu hij een krasse zeventiger is en met een carrière van 65 jaar achter de rug, oogt de agenda van volkszanger Bobby Prins nog steeds behoorlijk vol: “Optredens zijn er genoeg, ik moet er zelfs voor zorgen dat het er niet te veel worden”, klinkt het in Dag Allemaal.
“Maximaal negen of tien per maand neem ik er nog aan, enkele jaren geleden waren dat er nog 22”, vertelt Bobby. “De mensen hebben mij nog graag. Ik treed dikwijls op met andere artiesten, en dan merk ik vaak dat al het volk voor míj is gekomen. Als iemand als Luc Steeno na mij komt, moet die serieus z’n tenen uitkuisen om het publiek even enthousiast te houden, geloof me.” Al ontkent Bobby niet dat er ook een financiële noodzaak is om in het vak te blijven.
Maar hij nuanceert ook: “Ik heb bij momenten ook enórm goed verdiend. Zeker toen ik op de markt stond in de jaren ’70, om m’n platen te verkopen. Bakken geld rijfde ik binnen. Ik ging de platen halen voor 20 frank en verkocht ze aan 169 frank. Het kon niet op toen. Als de banden van m’n wagen versleten waren, kocht ik gewoon een nieuwe Mercedes. Dus ja, ik heb best wel een spaarpotje overgehouden aan m’n carrière. Gelukkig maar, want m’n pensioentje stelt niet veel voor”, benadrukt Bobby.
